Gratis verzending vanaf €49,50,-

menu

Zijn blikvoer en brokken gezonder dan rauw vlees?


Veel fabels en feiten doen de ronde over BARF, NRV en KVV: rauw vlees zou voor honden en katten veel gezonder zijn dan kant-en-klare brokken en natvoer. Het zou beter aansluiten op de natuurlijke behoefte en bovendien maag- en darmklachten voorkomen. Wat is hiervan waar? Welke risico’s zijn er bij het geven van BARF en klopt het dat het gezonder is dan blikvoer en brokjes?

 

Wat zijn BARF, NRV en KVV?

De afkorting BARF staat voor ‘Biologically Appropriate Raw Food’ of ‘Bones And Raw Food’. NRV is een afkorting van ‘Natuurlijke Rauwe Voeding’ en KVV staat voor Kant-en-klaar Vers Vlees. Deze termen verwijzen alle naar hondenvoer en kattenvoer die bij BARF voor ongeveer de helft uit botten en rauw vlees bestaat, twintig procent fruit, groenten en tafelresten en tien procent orgaanvlees bevat. Alleen bevatten NRV en KVV geen groente en fruit, maar zoveel mogelijk karkas.

 

rauw vlees

Waarom rauw vlees?

Het argument voor het geven van rauw vlees is vooral dat de voeding, die honden en katten en hun wilde voorouders in de natuur altijd hebben gehad, ook de beste voeding is. Het zou beter zijn voor de vacht en het gebit, maar ook minder allergieën en darmproblemen veroorzaken.


Wat zegt de wetenschap?

Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de effecten van deze voeding. Hieruit blijkt dat honden en katten die rauw vlees krijgen er zeker beter uitzien en een mooiere vacht krijgen. Maar duidelijke gezondheidsvoordelen zijn niet aangetoond. Wel is aangetoond dat:

  • deze voeding is besmet met schrikbarend veel bacteriën, zoals salmonella en E. coli. Zowel je huisdier als de mens (vooral jonge, oude, zwangere of zieke mensen)  kunnen hier (zeer) ernstig ziek van worden.

  • tachtig procent van de voeding met rauw vlees niet de juiste hoeveelheden calcium, fosfor, kalium, magnesium, zink en ijzer bevat. Dit betekent dat voedingswaarde niet in balans is, iets wat  vooral drachtige en zogende dieren zo hard nodig hebben.
     
  • het voeren van botdelen een risico vormt voor darmverstoppingen en -perforaties, die voor het dier verkeerd kunnen aflopen;
     
  • de genetische verschillen tussen de hond en de wolf groot zijn: een wolf kan eventuele tekorten aanvullen door het eetpatroon in de roedel aan te passen, maar een hond kan dit niet, omdat hij afhankelijk is van wat hij krijgt. Daar komt bij dat het eten van hetzelfde soort vlees in een grote groep honden gedragsproblemen en agressie kunnen veroorzaken;
     
  • deze voeding bij katten op de langere termijn tot een taurinetekort en hartspierafwijkingen leidt.


Advies van onze dierenarts

bakje voer
Wil je je hond of kat goed uitgebalanceerde voeren, dan is droog- en blikvoer de meest gemakkelijke, maar ook de meest veilige oplossing. Kies in dat geval voor 100% natuurlijke voeding, zonder geur-, kleur- en smaakstoffen. Dit bevat de juiste samenstelling van vitaminen, mineralen en voedingsstoffen, die je hond of kat een leven lang gezond houden. Als je wilt kun je je huisdier verse vleesproducten geven, maar beperk dit tot maximaal tien procent van de dagelijkse hoeveelheid voer die hij krijgt. 


Conclusie

Een gezonde voeding voor je hond of kat stel je niet zomaar samen. Het vraagt de nodige voorbereiding als je je huisdier rauw vlees wilt voeren: je moet het vlees en de botten veilig bewaren en op een hygiënische manier bereiden. Wees je in elk geval bewust van de volgende zaken:

  • voorkom een besmetting met gevaarlijke bacteriën. De gemiddelde temperatuur van een vriezer (-18 graden Celsius) doodt de bacteriën niet voldoende. Maar als je het vlees goed verhit, kunnen deze bacteriën niet overleven.
     
  • zorg dat je ook je handen, de voerbakken en keukengereedschap schoon houdt met heet water, om kruisbesmettingen te voorkomen.
     
  • regelmatig ontwormen en het opruimen van de ontlasting verkleint het risico op wormbesmetting bij het voeren met rauw vlees.
     
  • tekorten aan vitaminen en mineralen geven pas na maanden of zelfs jaren gezondheidsklachten. Meestal ontstaan dan afwijkingen in vitale organen, zoals het hart, lever en nieren. Die afwijkingen zijn niet meer te herstellen.