Zomereczeem bij paarden: herkennen en beperken
Zomereczeem is een veelvoorkomende, seizoensgebonden huidaandoening bij paarden. Vooral de hevige jeuk kan grote gevolgen hebben: paarden schuren hun manen en staart kaal en kunnen de huid tot bloedens toe beschadigen. Zomereczeem is niet te genezen, maar met tijdige bescherming en zorgvuldig management zijn de klachten vaak wel te beperken.
Wat is zomereczeem bij paarden?
Zomereczeem is een allergische huidaandoening die ontstaat na beten van kleine knutten uit het geslacht Culicoides. Deze insecten worden soms ten onrechte steekmuggen genoemd. Knutten zijn echter veel kleiner dan gewone muggen en behoren tot een andere insectengroep.
Bij een gevoelig paard reageert het afweersysteem overdreven op bepaalde eiwitten in het speeksel van de knut. Hierdoor ontstaat een ontstekingsreactie in de huid, met hevige jeuk als belangrijkste gevolg.
De aandoening wordt ook wel staart- en maneneczeem, SME, sweet itch of insectenbeetovergevoeligheid genoemd. De veterinaire term is insect bite hypersensitivity, vaak afgekort tot IBH.
Hoewel de naam zomereczeem anders doet vermoeden, kunnen de eerste klachten al vroeg in het voorjaar ontstaan. Zolang knutten actief zijn, kunnen de verschijnselen blijven bestaan. In zachte jaren kan dat tot ver in het najaar duren.
Vanaf welke temperatuur worden knutten actief?
Er wordt vaak gezegd dat zomereczeem begint zodra de temperatuur boven de 10 °C komt. Dat is te eenvoudig. De activiteit van knutten wordt niet alleen bepaald door temperatuur, maar ook door vochtigheid, wind, neerslag, beschutting en het tijdstip van de dag.
Bij zacht en vochtig weer kunnen knutten al vroeg in het seizoen actief worden. De activiteit neemt meestal af bij koud, droog of sterk winderig weer. Ook zijn er verschillen tussen knuttensoorten en tussen gebieden.
Kijk daarom niet uitsluitend naar de thermometer. Bij een paard dat ieder jaar zomereczeem krijgt, is het verstandig om de beschermende maatregelen te starten vóórdat de eerste jeuk en schuurplekken zichtbaar zijn.
Zomereczeem ontstaat door een samenspel van erfelijke aanleg, blootstelling aan knutten en de manier waarop het afweersysteem van het paard op de beten reageert.
Sommige paardenrassen en familielijnen lijken gevoeliger te zijn. De aandoening komt onder meer relatief vaak voor bij IJslanders, Shetlanders, Friezen en bepaalde koudbloedrassen. Ook paarden van andere rassen en kruisingen kunnen zomereczeem ontwikkelen.
Een erfelijke aanleg betekent niet dat ieder paard uit een gevoelige familielijn automatisch klachten krijgt. De omgeving speelt eveneens een belangrijke rol. Een paard dat op een vochtige, windstille locatie bij sloten, bomen en struiken staat, wordt vaak meer aan knutten blootgesteld dan een paard in een open en winderig gebied.
Zomereczeem wordt niet veroorzaakt door een zwakke of verminderde weerstand. Het afweersysteem reageert juist te sterk op stoffen in het speeksel van de knut. Algemene gezondheid, stress, huidconditie en voeding kunnen mogelijk invloed hebben op hoe goed een paard met de klachten omgaat, maar zijn niet de onderliggende oorzaak van de allergie.
Zomereczeem wordt vaak voor het eerst zichtbaar bij jonge of jongvolwassen paarden, maar klachten kunnen ook op latere leeftijd ontstaan. Een paard dat jarenlang geen duidelijke problemen heeft gehad, kan alsnog gevoelig worden.
Soms zijn eerder al milde verschijnselen aanwezig geweest zonder dat deze als zomereczeem werden herkend. Denk aan licht staartschuren, een dunnere manenkam of terugkerende jeuk in het voorjaar. Ook een verhuizing naar een gebied met meer knutten kan ervoor zorgen dat de klachten ineens duidelijker worden.
Ontstaat bij een ouder paard voor het eerst ernstige jeuk, laat dan ook andere oorzaken uitsluiten. Niet alle jeuk in de zomer is zomereczeem.
Het opvallendste verschijnsel is hevige jeuk. Het paard probeert verlichting te vinden door te schuren, bijten, rollen of met de staart tegen voorwerpen te slaan.
De klachten komen vaak voor bij:
- de manenkam;
- de schoft;
- de ruglijn;
- de staartwortel;
- onder de buik;
- de borst en hals;
- soms het hoofd en de oren.
In het begin kunnen kleine bultjes, roos, losse haren of een lichte verdikking van de huid zichtbaar zijn. Door het schuren breken haren af en ontstaan kale plekken. Bij langdurige klachten kan de huid dik, rimpelig en schilferig worden.Wanneer een paard zich blijft openhalen, kunnen wondjes, korsten en nattende plekken ontstaan. Bacteriën kunnen zich vervolgens in de beschadigde huid vermenigvuldigen, waardoor een secundaire huidinfectie ontstaat.
Naast huidafwijkingen kan ook het gedrag veranderen. Een paard met voortdurende jeuk kan onrustig, prikkelbaar of vermoeid zijn. Sommige paarden kunnen zich moeilijk concentreren tijdens het rijden of staan voortdurend te schuren in plaats van te rusten of te grazen.
Nee. Staartschuren kan verschillende oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan:
- aarsmaden;
- luizen of mijten;
- een vieze of geïrriteerde staartwortel;
- huidinfecties;
- contactirritatie;
- jeuk rond anus of uier;
- andere allergische huidaandoeningen.
Bij zomereczeem past vooral een terugkerend, seizoensgebonden patroon met jeuk aan de manen, staart en soms de buik. Toch kan alleen op basis van één kale plek geen betrouwbare diagnose worden gesteld.
Laat je paard door een dierenarts onderzoeken wanneer de oorzaak niet duidelijk is, wanneer de jeuk voor het eerst ontstaat of wanneer de klachten ondanks goede bescherming blijven toenemen.
Er bestaat geen eenvoudige bloed- of huidtest die in alle gevallen met zekerheid vaststelt dat een paard zomereczeem heeft. De dierenarts kijkt daarom vooral naar het totaalbeeld.
Daarbij zijn onder meer van belang:
- • de periode van het jaar waarin de klachten optreden;
- • de plaatsen op het lichaam waar het paard jeuk heeft;
- • de omgeving waarin het paard verblijft;
- • eerdere jaren met vergelijkbare verschijnselen;
- • het effect van bescherming tegen knutten;
- • het uitsluiten van parasieten, infecties en andere huidproblemen.
Soms kan aanvullend onderzoek nodig zijn, bijvoorbeeld een huidafkrabsel, haaronderzoek, plakbandpreparaat, huidbiopt of onderzoek naar parasieten. De keuze hangt af van de zichtbare huidafwijkingen en de vermoedelijke andere oorzaken.
Een erfelijke aanleg kun je niet veranderen. Wel kun je de kans op ernstige klachten verkleinen door het paard zo min mogelijk aan knuttenbeten bloot te stellen.
Volledig voorkomen is niet altijd mogelijk. Eén beet kan bij een zeer gevoelig paard al jeuk veroorzaken. Het doel is daarom om de totale blootstelling zo laag mogelijk te houden en huidbeschadiging vroeg te voorkomen.
Begin de bescherming voordat het paard gaat schuren. Bij een paard met een bekend jaarlijks patroon kan dit betekenen dat de eczeemdeken al aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar nodig is.
Wachten tot de manen en staart al kaal zijn, maakt het moeilijker om de allergische reactie en de jeuk onder controle te krijgen.
Een goede eczeemdeken is meestal een van de belangrijkste hulpmiddelen bij zomereczeem. Deze deken bedekt meer van het paard dan een gewone vliegendeken. Veel modellen hebben een vast halsstuk, een ruime buikflap en bescherming van de staartwortel.
De stof moet fijn genoeg zijn om knutten tegen te houden. Tegelijkertijd moet de deken goed ventileren en bewegingsvrijheid bieden.
De pasvorm is zeer belangrijk. Een te ruime deken laat knutten bij de hals, borst of buik naar binnen. Een te strakke deken kan schuurplekken, druk of warmteophoping veroorzaken.
Controleer de eczeemdeken voor paarden dagelijks. Let daarbij op:
- • scheuren en openingen;
- • schuurplekken bij schoft en schouders;
- • ophoping van zand, huidschilfers of zweet;
- • een verschoven buikflap;
- • natte of warme huid onder de deken;
- • voldoende bewegingsvrijheid.
Was de deken regelmatig volgens het wasvoorschrift. Zorg zo mogelijk voor een reservedeken, zodat het paard beschermd blijft wanneer de andere deken wordt gewassen of gerepareerd.
Een hoofdkap of eczeemmasker kan nodig zijn wanneer het paard ook jeuk rond de oren, kaak of het hoofd heeft. Controleer altijd of het paard voldoende kan zien en of het masker vrij blijft van vuil.
Knutten zijn vaak het actiefst rond zonsopkomst en zonsondergang. Bij warm, vochtig en windstil weer kunnen ze echter ook overdag en gedurende de nacht actief zijn.
Het algemene advies om een paard op warme dagen overdag op stal te zetten en ’s nachts buiten te laten, is daarom niet altijd juist. Juist rond de avondschemering, nacht en vroege ochtend kan de blootstelling groot zijn.
Een gevoelig paard kan baat hebben bij binnenhalen vóór de avondschemering en pas weer naar buiten gaan nadat de activiteit in de ochtend is afgenomen. Het precieze tijdstip verschilt per seizoen, locatie en weerssituatie.
De stal moet wel voldoende bescherming bieden. Een open stal naast stilstaand water is niet automatisch knuttenvrij. Fijnmazig gaas voor ramen en openingen kan helpen. Ook een veilig geplaatste ventilator kan de luchtbeweging vergroten. Knutten zijn zwakke vliegers en hebben moeite met sterke luchtstroming.
Plaats ventilatoren altijd brandveilig en buiten het bereik van het paard. Kabels, stekkers en bewegende onderdelen mogen geen gevaar opleveren.
Knutten komen vooral veel voor in vochtige, beschutte omgevingen. Een open, droge en winderige weide is daarom meestal geschikter dan een laaggelegen perceel bij sloten, bomen, struiken of drassige grond.
Vermijd waar mogelijk:
- stilstaand en onnodig water;
- lekkende drinkbakken;
- modderige stukken;
- mesthopen naast de weide;
- dichtbegroeide slootkanten;
- sterk beschutte hoeken zonder luchtstroming.
Het is niet nodig om ieder paard met zomereczeem standaard op een paddock te zetten. Ook een paddock kan vochtig, windstil en rijk aan knutten zijn. Andersom kan een open, droge grasweide met veel wind juist gunstig zijn. Dat is ook een reden waarom sommige paarden met staart- en maneneczeem aan de kust minder klachten hebben: knutten zijn zwakke vliegers en hebben moeite met sterke luchtstroming. Een verblijf aan zee biedt echter geen volledige bescherming, omdat knutten ook daar kunnen voorkomen op beschutte en vochtige plekken.
Beoordeel daarom vooral het microklimaat van de omgeving en niet alleen de ondergrond.
Een insectenwerend product kan aanvullende bescherming bieden, maar vervangt een eczeemdeken en goed management meestal niet. De werkzaamheid verschilt per product, werkzame stof, weersomstandigheden en paard.
Regen, zweten, wassen en schuren kunnen de werkingsduur verkorten. Breng een product daarom aan volgens het etiket en overschrijd de aanbevolen hoeveelheid of gebruiksfrequentie niet.
Gebruik alleen een insectenspray voor paarden die geschikt is voor toepassing op paarden. Vermijd contact met ogen, neusgaten, mond, slijmvliezen en open wonden. Voor het hoofd kan soms een doek of spons worden gebruikt, maar alleen wanneer de gebruiksaanwijzing dat toestaat.
Citronella heeft een herkenbare geur en wordt in verschillende verzorgingsproducten gebruikt. De aanwezigheid van citronella betekent echter niet automatisch dat een product langdurige of volledige bescherming biedt.
Combineer of meng verschillende sprays, gels en oliën niet zonder advies. Sommige stoffen kunnen samen huidirritatie veroorzaken. Test een nieuw verzorgingsproduct bij voorkeur eerst op een klein, intact stukje huid.
Huidverzorging bij zomereczeem
Een intacte huid vormt een belangrijke beschermende barrière. Bij zomereczeem raakt die barrière door ontsteking en schuren beschadigd.
Controleer de huid daarom dagelijks. Houd de manenkam, staartwortel en buik schoon, maar was niet vaker dan nodig. Veelvuldig wassen met ontvettende shampoo kan de huid uitdrogen en gevoeliger maken.
Gebruik bij een droge, intacte huid eventueel een mild huidverzorgingsproduct voor paarden dat helpt de huid soepel te houden. Een huidverzorgend middel neemt de allergie niet weg en voorkomt niet automatisch dat knutten bijten.
Smeer geen dikke lagen vettig product onder een warme eczeemdeken zonder de huid regelmatig te controleren. Door warmte, vocht en wrijving kan de huid juist verweken of geïrriteerd raken.
Gebruik geen insectenwerende middelen, etherische oliën of sterk geparfumeerde producten op een open of nattende huid. Laat ernstige huidbeschadiging eerst door een dierenarts beoordelen.
Bij hevige jeuk en uitgebreide huidontsteking kan medicatie nodig zijn. De dierenarts kan in bepaalde gevallen corticosteroïden voorschrijven. Deze middelen remmen de ontstekings- en allergische reactie en kunnen de jeuk snel verminderen.
Corticosteroïden nemen de gevoeligheid voor knutten niet weg. Zonder aanvullende bescherming kunnen de klachten na het afbouwen terugkomen.
De middelen kunnen bovendien bijwerkingen geven. Afhankelijk van het gebruikte middel, de dosering, behandelduur en gevoeligheid van het paard bestaat onder andere een risico op onderdrukking van het afweersysteem en hoefbevangenheid. Dat risico is extra relevant bij paarden met overgewicht, insulinedysregulatie, equine metabolic syndrome of een eerdere hoefbevangenheid.
Geef corticosteroïden daarom nooit op eigen initiatief of uit een oude voorraad. De dierenarts bepaalt of behandeling verantwoord is en welke dosering en behandelduur passend zijn.
Bij een secundaire huidinfectie kan aanvullende behandeling nodig zijn. Antibiotica zijn niet standaard nodig bij zomereczeem en worden alleen ingezet wanneer de dierenarts daar een duidelijke indicatie voor ziet.
Antihistaminica worden soms bij allergische klachten gebruikt. De resultaten bij paarden met zomereczeem zijn wisselend en de benodigde doseringen kunnen hoog zijn.
Ze zijn daarom geen betrouwbare vervanging voor een eczeemdeken of het beperken van knuttenbeten. Gebruik antihistaminica alleen in overleg met de dierenarts. Middelen voor mensen zijn niet automatisch geschikt of correct gedoseerd voor paarden.
Bij immunotherapie wordt geprobeerd het afweersysteem minder sterk op specifieke allergenen te laten reageren. Voor zomereczeem wordt hier veel onderzoek naar gedaan.
Recente studies naar immunotherapie met nauwkeurig geproduceerde Culicoides-allergenen laten interessante resultaten zien. Toch is deze behandeling nog geen eenvoudige, algemeen beschikbare standaardoplossing voor ieder paard. De samenstelling van de allergenen, het behandelschema en de reactie per paard kunnen verschillen.
Bespreek mogelijke diagnostiek of immunotherapie met een dierenarts die ervaring heeft met paardendermatologie. Verwacht geen directe genezing en blijf ook tijdens een eventuele behandeling insectenwerende maatregelen toepassen.
Welke invloed heeft voeding?
Voeding is niet de oorzaak van zomereczeem. Er is geen overtuigend bewijs dat eiwitten de allergische reactie in stand houden. Een paard met zomereczeem hoeft daarom niet automatisch een eiwitarm rantsoen te krijgen.
Eiwit is nodig voor onder meer spieropbouw, herstel en de vorming van lichaamsweefsel. Een onnodig eiwittekort kan juist ongunstig zijn. Wel is het verstandig om grote overschotten te vermijden en het rantsoen af te stemmen op leeftijd, gewicht, arbeid en de kwaliteit van het ruwvoer.
Ook hoeft een paard met zomereczeem niet standaard van gras te worden gehaald of uitsluitend hooi in plaats van voordroogkuil te krijgen. Een verandering van weide of ruwvoer kan zinvol zijn wanneer het paard overgewicht, insulinedysregulatie, hoefbevangenheidsrisico of een ander voedingsprobleem heeft. Dat staat echter los van de directe oorzaak van zomereczeem.
Zorg in de basis voor:
- voldoende passend ruwvoer;
- een gezond lichaamsgewicht;
- voldoende vitaminen en mineralen;
- schoon drinkwater;
- een geleidelijke overgang bij voerveranderingen.
Laat bij twijfel een rantsoenberekening maken op basis van een ruwvoeranalyse.
Omega-3-vetzuren zijn onderdeel van een normaal voedingspatroon en kunnen betrokken zijn bij verschillende processen in het lichaam. Ze worden daarom regelmatig toegevoegd aan supplementen voor huid en vacht.
Het is echter te stellig om te zeggen dat omega-3 zomereczeem behandelt, de allergie remt of de weerstand aantoonbaar verhoogt. De wetenschappelijke onderbouwing voor een duidelijk klinisch effect bij paarden met zomereczeem is beperkt.
Een passend huid- en vachtondersteunend supplement voor paarden kan eventueel worden gebruikt als aanvulling op een uitgebalanceerd rantsoen. Zie het niet als vervanging voor een eczeemdeken, omgevingsmanagement of diergeneeskundige behandeling.
Let bij olie en andere vetrijke supplementen op de extra calorieën. Paarden met overgewicht of een verhoogd risico op hoefbevangenheid hebben niet altijd baat bij extra energie. Bouw olie bovendien geleidelijk op en bewaar het volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Neem contact op met de dierenarts wanneer:
- • je paard voor het eerst ernstige of onverklaarde jeuk heeft;
- • je twijfelt of het werkelijk zomereczeem is;
- • de huid open, nat, pijnlijk of etterig wordt;
- • er zwelling, warmte of een onaangename geur ontstaat;
- • je paard sloom wordt of koorts krijgt;
- • de jeuk ondanks een goed passende eczeemdeken blijft toenemen;
- • je paard niet meer rust, eet of normaal functioneert door de jeuk;
- • medicatie mogelijk nodig is;
- • je paard een verhoogd risico op hoefbevangenheid heeft.
Wacht niet tot grote delen van de huid kapotgeschuurd zijn. Vroege behandeling vermindert ongemak en helpt voorkomen dat de jeuk-schuurcyclus steeds erger wordt.
Begin ruim vóór het verwachte knuttenseizoen met bescherming. Gebruik een goed passende eczeemdeken en controleer deze dagelijks. Beperk de blootstelling tijdens zonsopkomst en zonsondergang en kies waar mogelijk voor een open, winderige standplaats.
Gebruik een geschikt insectenwerend middel volgens de gebruiksaanwijzing en controleer de huid iedere dag. Houd schuurmogelijkheden veilig, maar voorkom scherpe randen waaraan het paard zich ernstig kan verwonden.
Laat twijfelachtige, nieuwe of ernstige klachten door een dierenarts beoordelen. Een combinatie van insectenwering, omgevingsmanagement, huidverzorging en zo nodig medicatie geeft doorgaans de beste kans om de klachten beheersbaar te houden.
Tot slot
Zomereczeem is een chronische allergische aandoening die meestal ieder insectenseizoen terugkomt. Eén universele behandeling bestaat niet. De meest effectieve aanpak is voorkomen dat knutten het paard kunnen bijten en ingrijpen voordat de jeuk ernstig wordt.
Door vroeg te beginnen, de omgeving zorgvuldig te kiezen en de huid dagelijks te controleren, kun je veel huidbeschadiging en onrust voorkomen. Blijft je paard ondanks deze maatregelen veel jeuk houden, overleg dan met de dierenarts over aanvullende diagnostiek en behandeling.
Verwante artikelen
Voor vragen zijn wij elke werkdag telefonisch te bereiken of via [email protected].
Klantbeoordeling: 9/10 uit beoordelingen
Deskundigheid van een dierenarts
Veilig en betrouwbaar bestellen
Dagelijkse verzending (ma t/m vr)
Gratis verzending binnen Nederland en België vanaf € 59,95